Elke sessie gebruikt een herkenbare metafoor — de spiegel, de rugzak, het tandwiel — om jongeren stap voor stap te laten reflecteren op wie ze zijn, wat ze meedragen en welke richting ze willen kiezen.
volledige doelgroep, opgedeeld in twee leeftijdsbanden (15–18 en 19–23) met eigen toon en kader.
per groep voor persoonlijke aandacht en een veilige groepsdynamiek.
compact (±90 min) of verdieping (±2,5 uur), passend bij de beschikbare tijd.
start met 2 uitgewerkte sessies, uitbreidbaar naar het volledige programma.
Het Kompas-programma ondersteunt jongeren bij het ontwikkelen van zelfkennis, veerkracht en richting in hun bestaan. In een levensfase waarin jongeren zoeken naar identiteit, betekenis en toekomstperspectief, helpt Kompas hen vragen te verkennen als “Wie ben ik?”, “Wat vind ik belangrijk?” en “Welke richting wil ik op?” Het programma is preventief: het versterkt persoonlijke vaardigheden vóórdat problemen zich verdiepen, en is geschikt voor jongeren zonder grote problemen én voor jongeren met lichte uitdagingen rond zelfvertrouwen, motivatie of persoonlijke ontwikkeling.
Binnen de doelgroep van 15 tot 23 jaar onderscheidt Kompas twee leeftijdsbanden met dezelfde kernthema’s maar aangepaste toon en begeleiding: 15–18 jaar (vaak via school of jongerenwerk, ouderlijke toestemming vereist) en 19–23 jaar (zelfstandige deelname, te bereiken via mbo/hbo, gemeenten of welzijnsorganisaties). De aanbevolen eerste pilot richt zich op 15–18 jaar, waar toegang via scholen en het safeguardingskader het duidelijkst zijn.
Adolescentie als de ontwikkelingsfase “identity versus role confusion” — de kern van waar Kompas op aansluit.
Autonomie, competentie en verbondenheid als basisbehoeften voor motivatie en groei.
Jongeren met een gevoel van betekenis ontwikkelen meer motivatie, doorzettingsvermogen en welzijn.
Geloven dat vaardigheden ontwikkelbaar zijn, helpt jongeren beter omgaan met tegenslag (sessie 3).
De begeleider geeft zelf het voorbeeld: kwetsbaarheid als voorwaarde voor verbinding en groei.
Onderzoek naar mentale weerbaarheid als beschermende factor, vertaald naar reflectie en probleemoplossend vermogen.
Sessies 1–4 zijn volledig uitgewerkt en gepilot. Sessies 5–8 zijn op conceptniveau vastgelegd (thema en metafoor) en worden de komende fase verder ontwikkeld.
Jongeren maken kennis met het programma en reflecteren op wie ze zijn, wat hen gevormd heeft en welke richting ze willen volgen — via de spiegel-werkvorm (heden, verleden, toekomst).
“Wie ben ik nu echt?”
Jongeren onderzoeken welke ervaringen, mensen en lessen hen gevormd hebben, en wat ze willen meenemen — of juist lichter willen maken — richting de toekomst.
“Wat draag ik met me mee?”
Gedachte, gevoel en gedrag grijpen in elkaar als tandwielen. Jongeren ontdekken het verschil tussen belemmerende en helpende gedachten — en dat ze daar invloed op hebben.
“Welke gedachten drijven mijn machine aan — en kan ik eraan sleutelen?”
Van hoofd naar hart: jongeren leren emoties herkennen en benoemen, en ontdekken dat elke emotie een signaal draagt over wat voor hen van waarde is.
“Wat voel ik, en wat probeert dat gevoel mij te vertellen?”
Hoe maak je keuzes — met je hoofd én je hart? Deze sessie verkent beslissingsprocessen en de rol van waarden daarin.
Met een gastspreker (of alternatief: podcast/video-fragment) die laat zien hoe tegenslag kan bijdragen aan zelfinzicht en mentale veerkracht.
Een richtingsessie, eventueel met een gastspreker die een ongewoon pad heeft gekozen. Richting vinden kost tijd — en dat mag.
De afsluitende sessie waarin jongeren terugblikken op hun ontwikkeling door het hele programma heen.
Groepsgesprekken en reflectievragen die jongeren ondersteunen bij het nadenken over zichzelf.
Zoals de spiegel- en rugzakoefening, en de Gedachtenmachine.
Stations, rollenspellen en lichaamswerk — leren door te doen, niet alleen te luisteren.
Gastsprekers of fragmenten van mensen die een uitdaging hebben overwonnen.
Gedachte → gevoel → gedrag, als rode draad door het programma.
Jongeren bespreken en verduidelijken inzichten samen, in een veilige, kleine setting.
Voor en na de pilot vullen jongeren een korte zelfreflectie in over zelfvertrouwen, toekomstbeeld, omgaan met tegenslag en keuzes durven maken. Dat geeft inzicht in kortetermijnverandering en eerste signalen van waarde.
We zijn daar eerlijk over: een pilot van twee bijeenkomsten is geen bewijs van blijvende toename van veerkracht of identiteitsontwikkeling. Daarvoor is het volledige traject van acht sessies nodig, een grotere groep, en idealiter een vervolgmeting na enkele maanden. Wat we wél vooraf realistisch kunnen toezeggen:
Het overgrote deel van de deelnemers maakt beide sessies af (lage uitval).
Deelnemers beoordelen de sessies als veilig en zinvol.
De meeste deelnemers benoemen aan het eind minstens één concreet inzicht over zichzelf.
We denken graag mee over een pilot op maat — qua doelgroep, locatie en format.
Plan een pilot